Problemen met HP Color Laser 150 printers Doorgaan naar inhoud
Bestel nu voor 17:00, ontvang morgen
Bestel nu voor 17:00, ontvang morgen

Problemen met HP Color Laser 150 printers

Problemen met HP Color Laser 150 printers

Soms kunnen Laserprinters lage kwaliteit prints geven, net als de HP Color Laser 150. Heb jij zo’n printer en wil je weten hoe jij de afdrukkwaliteit kan verbeteren? Zoek dan niet verder, wij hebben een simpel 6-stappenplan om je te helpen. 

Let op: Dit geldt alleen voor de HP Color Laser 150a & 150nw printers.

Stap 1: Controleer de toners 

Toner bijna leeg? Dan is dit de oorzaak van lage kwaliteit prints. De afdrukken kunnen er wazig uitzien als de toner bijna op is. Wanneer je de melding krijgt “lage tonerniveaus”, hoef je niet gelijk een nieuwe te kopen. Wel is het handig om te onthouden wanneer je die melding hebt gehad zodat je op tijd een nieuwe in huis hebt en de toner kan vervangen. 

De inktniveaus zijn meestal te vinden op jouw computer. Check hoeveel toner er nog over is en zorg dat je nieuwe toners in huis hebt. Je kan proberen de toners zacht schudden van links naar rechts. Zo schud je het poeder weer los en zorg je voor een betere kwaliteit.


Stap 2: Vervang eventueel de toner

Als de toner leeg is, zorg dan dat je deze vervangt. Gebruik altijd toners van hetzelfde merk en ga geen originele en eigen merk inktpatronen gebruiken. Dit kan namelijk nog meer problemen veroorzaken omdat de printer de toners niet meer herkent. 

Zorg dat je de juiste toners koopt. Controleer het model printer en de toners die daarbij horen. Koop genoeg zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

Toners vervangen:

  • Open de klep voor de toners.
  • Pak de toner voorzichtig vast en trek het patroon uit de printer.
  • Haal een nieuwe toner uit de verpakking. 
  • Til en trek de klep naar buiten totdat je alle beschermende tape weg hebt gehaald.
  • Lijn de tonercartridge uit met de geleiders in de printer en druk de tonercartridge stevig naar binnen tot deze vastzit.
  • Sluit de toegangsklep voor de tonercartridge.
  • Druk opnieuw af. 

Tip: recycle het verpakkingsmateriaal! Zo ben je ook nog eens verantwoord bezig.

 

Stap 3: Controleer de afdrukinstellingen 

Controleer en pas zo nodig de afdrukinstellingen aan op jouw computer. Hieronder de stappen voor WIndows en Mac.

Afdrukinstellingen voor Windows

  • Klik op “Bestand” en op “Afdrukken”.
  • Open het dialoogvenster “Eigenschappen”, Het kan ook “Opties”, “Printerinstellingen”, “Printer” of “Voorkeuren” zijn.
  • Klik op “Papier” en selecteer de papiersoort in het vervolgkeuzemenu “Type”.
  • Klik op “Uitvoerformaat” en selecteer een papierformaat in het vervolgkeuzemenu.
  • Klik op “OK” en op “Afdrukken”.

Afdrukinstellingen voor macOS & OS X

  • Klik op “Bestand” en op “Afdrukken” om het afdrukvenster te openen.
  • Selecteer jouw printer in het menu “Printer”.
  • Klik op “Media en kwaliteit”, klik op het menu “Papiersoort” en selecteer een papiersoort.
  • Klik op “Papierformaat” en selecteer een papierformaat, zoals U.S. Letter, A4 of Legal.
  • Als je de instellingen wilt opslaan, klik op “Huidige instellingen opslaan als voorinstelling” in het menu “Voorinstellingen”.
  • Druk nog een pagina af.

 

Stap 4: Controleer het papier

Papier maakt echt het verschil. Zo is er papier speciaal ontwikkeld voor laserprinters die ervoor zorgt dat jij de kwaliteit krijgt waar je om vraagt. Controleer dus of je papier hebt dat geschikt is voor jouw printer. Glad papier zorgt bij Laserprinters voor een betere afdrukkwaliteit. 

 

Stap 5: Controleer de toners & fotogevoelige rol

Controleer de geheugenchip op elke tonercartridge en zoek beschadigingen op het oppervlak van de fotogevoelige rol.

Let op: Schakel de printer uit en koppel het netsnoer los van de achterkant van de printer. Om risico op verwonding of elektrische schokken te voorkomen.

  • Open de toegangsklep van de toners.
  • Pak elke kant van een toner vast en verwijder deze.
  • Controleer de geheugenchip op beschadigingen.
  • Zet de cartridge aan de kant en herhaal deze stappen voor elk inktpatroon.
  • Verwijder de opvangbak voor toner. Zet de unit voorzichtig opzij op een vlak, effen oppervlak om te voorkomen dat je morst.
  • Verwijder de fotogevoelige rol, maar raak het niet aan met jouw vingers, vingerafdrukken op de fotogevoelige rol kunnen problemen veroorzaken.
  • Controleer het oppervlak van de fotogevoelige rol. Als je krassen, vingerafdrukken of andere schade ziet, vervang dan de rol.

 

Stap 6: Maak de binnenkant schoon

Er kan stof, papiervezels en ander vuil ophopen in de printer. Reinig de binnenkant van de printer en de toegangsklep.

  • Maak een niet-vezelig doekje vochtig (niet drijfnat) met water uit de fles of gedestilleerd water en wring het doekje uit.
  • Reinig het gebied in de printer.
  • Laat de binnenkant van de printer 10 minuten drogen.
  • Reinig de binnenkant van de toegangsklep van de tonercartridge.
  • Laat de binnenkant van de klep 10 minuten drogen.
  • Plaats de fotogevoelige rol terug.
  • Plaats de opvangbak voor toner terug. Houd de toner recht zodat je niet morst.
  • Plaats de tonercartridges terug.
  • Sluit de toegangsklep, koppel het netsnoer aan op de achterkant van de printer en schakel de printer weer in.
  • Druk een pagina af.

 

Los printproblemen op met Inktkenners

Wil jij meer weten over printen met eigen merk cartridges, leren printproblemen op te lossen en handige tips krijgen? Zorg dan dat je onze blogpagina in de gaten houdt. Wekelijks nieuwe en handige artikelen die je niet wilt missen!

Vorig artikel Zelf foto’s printen? Dat doe je zo!
Volgend artikel Action VS. Inktkenners Epson cartridges

Een opmerking achterlaten

Opmerkingen moeten eerst goedgekeurd worden voordat zij verschijnen

* Verplichte velden